verf en schilders abc Archive

Schilders en verf abc – A

GoedHuys verf | Traditionele hollandsche verf online bestellen

Aanbrengen: het aanbrengen: oftewel applicatie met kwast of roller. Er zijn verschillende kwasten en rollers in de handel, specifiek voor het aanbrengen van waterverdunbare of terpentineverdunbare verven. Voor twee-componenten en speciale verven de hiervoor bestemde kwasten en rollers gebruiken.

Aanlengen: verdunnen: houd altijd de door de verffabrikant voorgeschreven verdunning aan. Meest voorkomende verdunningsmiddelen zijn water (latex en acrylverf) en terpentine (alkydharsverf). Thinner, alcohol of overige verdunners komen voor (speciale) verven minder voor.

Aanzet: plaats waar een onderdeel van een constructie begint of aansluit: bij schilderen het deel van de ondergrond waar je de kwast op de ondergrond plaatst, of daar waar een verse verflaag een aangedroogde verflaag overlapt.

Aanhechting: de eigenschap van een verf om aan de ondergrond te hechten.

Acrylaat: een hoogkwalitatief bindmiddel voor verven met duurzame elasticiteit en kleurvastheid.

Acrylaatdispersieverf: de verf is samengesteld uit acrylaten in dispersie.

Ademend verfsysteem: een systeem met een hoge waterdampdoorlaatbaarheid, waardoor het vocht vanuit de ondergrond naar buiten kan verdampen.

Acryllatex: goed schrobvaste muurverf

Afbijtmiddel: een product voor het verwijderen van reeds verharde en oude verflagen.

Afbijten: Het verwijderen van de oude verflaag door middel van afbijtmiddel

Afbladderen: afschilferen: verf zal bij aanbrengen op een te vuile of vette ondergrond onthechten, of afbladderen. Een te vochtige ondergrond bij aanbrengen van de verf kan hier ook de oorzaak van zijn.

Afdekken: geheel bedekken: dek bij het werken met – met name- muurverven, plafondverven en verfafbijt de werkomgeving af om deze te beschermen tegen spatten en verfafval.

Afschilderen: beschilderen met een deklaag: het aanbrengen van de laatste laag verf binnen de opbouw van een verfsysteem.

Afschrapen: schrapend verwijderen: het verwijderen van de oude verflaag met behulp van een verfkrabber en brander of föhn.

Aflak: synoniem voor eindlaag. Deze kan zowel hoogglanzend, satijnglanzend als mat zijn.

Afsluiten: uiteindelijk sluit verf altijd af. Dit is mede afhankelijk van het aantal laagdiktes dat is aangebracht. Vochtregulerende verf zal in eerste instantie het vocht reguleren, maar bij jarenlang onderhoud wordt de ondergrond -door de vele lagen verf- uiteindelijk afgesloten.

Afzelia: is een tropische loofboomsoort, afkomstig uit Afrika. Het hout is donkergeel tot roodbruin en wordt vooral gebruikt in buitenschrijnwerk.

Akoestische afwerking: een geluidsdempende afwerking van wanden en/of plafonds door speciaal absorberende materialen.

Alkali: een substantie zoals bijvoorbeeld soda, die erg destructief is voor de verffilm.

Alkydhars: een synthetische hars op basis van vetzuren van plantaardige oliën (bijvoorbeeld lijnolie, sojaolie) en polyolen (bijvoorbeeld glycerine). Deze vormt de basis voor een grote variëteit aan verven, vernissen en lakken, ook synthetische verven genoemd. Alkydhars zorgt voor een goede aanhechting aan de ondergrond, goede glans en kleurvastheid.

Amonia: verfreiniger voor buiten, wordt verdund met water.

Anti-corrosie verf: een metaalverf die beschermt tegen roestvorming en direct op het metaal gebruikt wordt.

Applicatie: applicatiemiddelen zijn rollers, kwasten, spuiten enz

Schilders en verf abc – B

GoedHuys verf | Traditionele hollandsche verf online bestellen

Badkamerverf: Schimmelwerende muurverf speciaal geschikt voor badkamers. De muurverf is goed bestand tegen schimmels en vocht.

Banen: Door de zuiging en niet goede behandeling krijgt men banen in wand of plafond met muurverf.

Barstvorming : barsten in verflagen, door spanningsverschil in het verfsysteem. Vooral bij veel lagen verf, kunnen de oude verflagen het rekken en krimpen van de nieuwe verflagen niet meer volgen, door verlies aan elasticiteit van de oude verflaag.

Basisverf: een verf waaraan coloranten worden toegevoegd om de gewenste tint te krijgen, meestal via de mengmachine

Beits: beitsproducten zijn al dan niet gekleurde houtbescherming- en veredelingproducten. Beitsen worden ingedeeld in filmvormende, semi-filmvormende en niet-filmvormende producten.

Behang: vaste muurbedekking: als alternatief voor pleisterwerk, muurverf e.d. is behang in vele kwaliteiten, kleuren en dessins te koop

Bentheimer: verzamelnaam voor kleuren waarmee tinten van zandsteen uit Bentheim geïmiteerd worden.

Besleten: kwast of penseel, die door gebruik min of meer gesleten is. Een kwast of penseel gaat naar je hand staan en zal ‘in het gebruik’ alleen maar prettiger werken

Besnijden: rechte lijn met kwast of penseel: besnijden is het trekken van een strakke lijn met verf, langs/op plafondkanten, kozijnen, plinten enz. Gebruik hierbij twee kwasten; één voor het grovere en één voor het fijne werk.

Beton: hard geworden mengsel van cement:

Betonverf: Voor betonnen vloeren een slijtvaste poly-urethaanverf gebruiken, of een tweecomponentenlak.

Bindmiddel: een fimvormend ingrediënt van verf dat de pigmentdeeltjes aan elkaar bindt.

Bijkleuren: – extra kleur geven: is de kleur van de verf niet geheel naar wens, dan kan deze nog wat bijgekleurd worden met mengverf.

Bindmiddel: is het niet verdampende, filmvomende bestanddeel van een verfproduct.

Bladgoud: dun laagje goud: is in dunne velletjes te koop en wordt op bepaalde ondergronden getamponeerd om deze te accentueren en een rijke uitstraling te geven

Blank: kleurloos of ongebeitst. Blanke lak

Blauw: tussen groen en violet

Blauwsel: witkalk, vermengd met blauwsel.

Blauwzwam: een schimmel op hout, die blauw-zwarte vlekken veroorzaakt. Mits droog, is dit geen bezwaar.

Bloed: Ossebloed – vroeger gebruikt als bindmiddel in verven.

Body: volume: om een geschilderd oppervlak body te geven zijn meerdere lagen verf nodig. Denk bij onbehandelde muren aan 2 á 3 lagen en bij houtwerk aan 3 á 4 lagen voor een optimaal resultaat. Een en ander afhankelijk van de kwaliteit van de verf en de zuiging van de ondergrond.

Boeideel: opstaande kant van een houten dakgoot.

Bokkenpoot: teerkwast met gebogen steel: voor het fijnere schilderwerk een lyonse penseel

Boktor: kever met lange sprieten: zijn samen met de houtworm het meest verantwoordelijk voor aantasting van hout. Bestrijding is specialistisch werk.

Bont: veelkleurig: bij het schilderen wordt bont werk veroorzaakt door een onregelmatige zuiging van de ondergrond, al dan niet in combinatie met het ongelijkmatig aanbrengen en doorhalen van de verf. Zie ook ‘verzadigen’.

Bordeaux: wijnrode kleur

Borstelen: fors schilderen: voor het grove werk; binnen de particuliere sector niet van toepassing.

Schilders en verf abc – C

GoedHuys verf | Traditionele hollandsche verf online bestellen

Carboleum: houtbeschermende vloeistof: bij voorkeur niet meer toepassen. De dampen geven luchtwegirritaties en brandplekken op de huid. Onder invloed van warmte en / of de zon weekt de carbolineum op / smelt. Om deze rede is carbolineum niet te overschilderen met de huidige synthetische verven.

Chromaatgeel: krachtig pigment voor puur geel.

Chromaatgroen: mengkleur van Berlijns blauw met chromaatgeel.

Chromatiek: kleurenleer.

Cellulosethinner: een verdunnings- en/of oplosmiddel voor verfsoorten op basis van celluloseproducten. Cellulosethinner kan gebruikt worden voor het ontvetten van bepaalde ondergronden.

Celluloselak: blanke lak op thinnerbasis, zeer snel droog, hard

Coating: deklaag: over het algemeen de twee laatste lagen afschilderverf die je aanbrengt, na eerst grondverf te hebben aangebracht.

Cohesie: de interne sterkte van een verffilm.

Colorant: geconcentreerd pigment dat aan basisverf wordt toegevoegd voor het maken van specifieke kleuren.

Componenten lakken: lak die bestaat uit verschillende delen, die kort voor het gebruik met elkaar gemengd worden. Door een chemische reactie hard deze verf of lak tijdens het drogingsproces uit. Slijtvast en duurzaam.

Contrast: tegenstelling: door te combineren met kleur kun je meer of minder contrast verkrijgen. Kijk hier voor een kleurenwaaier online (volgt) om naar hartelust te combineren.

Corrosie: corrosie is het proces waarbij metalen onder invloed van zuurstof en water gaan roesten. Bij corrosie wordt een oxidatielaagje aan het oppervlak van het metaal gevormd.

Craquelé: kleine barstjes: ontstaan bij het schilderen door het aanbrengen van de afdeklaag, vóórdat de onderlaag voldoende is gedroogd. Kan ook bewust worden toegepast om het craquelé-effect te verkrijgen.

Creme: roomkleurig

Schilders en verf abc – D

GoedHuys verf | Traditionele hollandsche verf online bestellen

Dauw: zich ’s nachts afzettende nevel: buitenschilderwerk kan (deels) mat slaan, door te lang in de middag door te schilderen bij te sterke afkoeling van de omgeving in het vroege voor- of najaar. Door onvoldoende tijd tot aandrogen van de verf zal het zich in de nabijheid van struiken, hagen en b.v. een sloot het snelst openbaren.

Dekkracht: de eigenschap van een verf om een ondergrond of vorige laag te dekken.

Dekkend: eigenschap van een verf de ondergrond af te dekken / onzichtbaar te maken

Dekkende beits: vochtregulerende beits op kleur

Dekkracht: eigenschap van een verf de ondergrond af te dekken / onzichtbaar te maken

Dekverf: ondoorzichtige verf: afwerklagen van een dekkend verfsysteem. Dit kan dekkende beits, een éénpotssysteem of hoogglanverf e.d

Dispersie: – in verftermen een gelijkmatige verstrooiing van bindmiddeldeeltjes in b.v. water (in waterdispersieverf -muurverf).

Dispersiemuurverf: een verf waarvan het bindmiddel bestaat uit kleine vaste deeltjes in water, meestal latex of acrylaat

Dof: mat: een hoogglanslak of verf kan gematteerd worden door een matte lak aan te brengen

Doorbloeding: ondergrondvlekke die door de eindlaag van de verf komen

Doorbloeding van hout: voor u hout gaat behandelen, moet u eerst weten over welktype hout het gaat: met of zonder doorbloeding van harsen. Doorbloeding van harsen kan immers vlekken veroorzaken. Dit hout vraagt dan ook een andere behandeling.

Hout zonder doorbloeding, zonder anti-oxydanten en dat geen vet afscheidt:

- Balau (rood) Europese eiken Amerikaanse eiken Framiré

- Gerutu Kastanje Limbali Meranti

- Moabi Panga-panga Sapelli Sipo

Hout met doorbloeding of anti-oxydanten of dat vet afscheidt:

- Afromosia Afzelia Iroko (Kambala) Kerving (Yang)

- Mengkulang Merbau Niangon Padouk

- Teak Tola Mahonie

Doorgedroogd: de verflaag is tot op de ondergrond doorgehard, en heeft zijn uiteindelijke mechanische sterkte zo goed als bereikt.

Doorslaan: doorlaten: sommige stoffen kunnen doorslaan -is oplossen in de nieuwe afwerklaag- na het aanbrengen van een nieuwe verflaag. Meest bekend is nicotine die gele vlekvorming geeft bij aanbrengen van een nieuwe laag latex. In een dergelijk geval eerst een laag isoleer aanbrengen. In een aantal gevallen ook te behandelen met speciale (synthetische) verven.

Droging: de eigenschap dat een verflaag verandert van een vloeibare of poedervormige laag in een vaste laag. We praten over chemische (een reactie) of fysische droging (lucht).

Droogtijdvertrager: een additief die aan een verf en/of vernis wordt toegevoegd om de tijd van verwerkbaarheid te verlengen.

Duurzaamheid: de eigenschap van verf om weerstand te bieden aan destructieve invloeden zoals het weer, het zonlicht, detergenten, luchtvervuiling, krassen, enz.

Schilders en verf abc – E

GoedHuys verf | Traditionele hollandsche verf online bestellen

Ecru: geelachtig wit.

Effen: van één kleur: ook wel monochroom genoemd.

Egaal: gelijkmatig: door verf vol op te zetten, goed te verdelen en gelijkmatig door te strijken of rollen, wordt een egaal eindresultaat verkregen.

Egaliseren: effenen: binnen het schilder- en behangwerk zijn plamuur en muurvuller hier de meest geschikte producten voor. Voor zowel schilderen als behangen is een strakke ondergrond van belang.

Egelroller: puntige roller welke de toplaag van het behang perforeerd, om zodoende het afstomen van het behang te vergemakkelijken

Eigeel: geel als een eierdooier

Emulsie: Mengsel van vloeistof

Elastische verf: een verf met een bepaalde soepelheid, die daardoor allerlei invloeden en omstandigheden kan volgen (bijvoorbeeld uitzetting van de ondergrond).

Engels rood: een licht steenrode kleur.

Epoxyhars: bepaalde bij verhitting hard wordende kunsthars.

Epoxyverf: een hoogwaardige, semi-industriële coating met uitstekende aanhechting en heel goede kras- en chemische weerstand.

Erosie: het verdwijnen van een verffilm veroorzaakt door het weer.

Esthetica: schoonheidsleer.

Schilders en verf abc – F

GoedHuys verf | Traditionele hollandsche verf online bestellen

Ferro-metalen: karakteriseren zich hoofdzakelijk door de aanwezigheid van ijzer en staal. Gezien staal een hoog gehalte aan ijzer bevat, roest het onder invloed van weersomstandigheden behoorlijk snel.

Filmvorming: de overgang van vloeibare vorm naar vaste vorm waarbij een dun laagje wordt gevormd.

Finishing touch :laatste hand die men aan iets legt

Fixeermiddel: een primer die na aanbrengen poederende deeltjes vastzet.

Fixeren: vastmaken: bij het schilderen van poederende muren deze eerst voorbehandelen met fixeer, om de ondergrond vast te zetten.

Flets: met onfrisse kleur: verf verliest onder invloed van de zon kleur – op termijn- haar kracht en wordt flets. De mate waarin wordt voor een groot deel door de toegevoegde pigmenten en de kwaliteit van de verf bepaald.

Fond: achtergrond of ondergrond.

Fraise: aardbeikleurig.

Fresco: schildering op natte kalk.

Fungicide: fungicide is een actieve stof in sommige verfproducten voor de bestrijding van mos en schimmels

Schilders en verf abc – G

GoedHuys verf | Traditionele hollandsche verf online bestellen

Gaasband: Heel dun zelfklevend gaas wat over een gat in de muur geplakt wordt waarna deze opgevuld kan worden, zonder dat het vulmiddel eruit loopt. Voor grotere gaten of spleten.

Gegalvaniseerd metaal: is met een laag zink bedekt om roest te voorkomen.

Glansgraad: een gestandaardiseerde schaal voor het meten van de lichtweerkaatsing van verf.

Gerei: gereedschap: voor de meest gebruikelijk gereedschappen en hulpgereedschappen bij schilderen en behangen

Gevel: buitenmuur: meeste toegepast bij schilderen: houten rabatdelen of acryl-muurverf. Bij acryl muurverf in een buitenkwaliteit, de muren eerst reinigen met een hogedrukspuit en eventueel voorbehandelen met isoleer om doorslaan van inhoudsstoffen uit de muur te voorkomen.

Gilde: vereniging van vakgenoten: vroeger gebruikelijk bij het schildersambacht. De ‘meesterschilder’ had het meeste aanzien.

Gipsen: met gips bepleisteren: ook toegepast om gipsen ornamenten en plafondprofielen van gips te ‘verlijmen’.

Glaceren: het aanbrengen van een (half) transparante gekleurde laag over een anders gekleurde ondergrond.

Gouache: met dekkende waterverf gemaakte prent.

Grachtengroen: zie chromaatgroen

Grijs: lichtgrauw:

Groen: bepaalde kleur.

Groene aarde: groene aardverfstof.

Grondlak: grondverf: (of primer) bij het schilderen van nieuw hout is het raadzaam eerst twee lagen grondverf aan te brengen. Hiermee leg je een goede basis voor de verdere opbouw van het verfsysteem

Grondverf: diverste soorten, dient als eerste hechtlaag op de verschillende materialen. Op hout tevens als functie om te vullen, voor een gladder resultaat.

Schilders en verf abc – H

GoedHuys verf | Traditionele hollandsche verf online bestellen

Hardheid: de eigenschap van een verf om bestand te zijn tegen beschadiging, zoals krassen.

Harmonie: overeenstemming: door kleuren en materialen -in de omgeving waar ze worden toegepast- goed op elkaar af te stemmen, wordt harmonie verkregen.

Hars: een natuurlijk of syntetisch materiaal dat een belangrijk bindmiddel is van verf. Het zorgt ook voor aanhechting aan de ondergrond.

Hechting: eigenschap van een verlaag of verfsysteem zich op een ondergrond te hechten.

Henna: roodbruin kleurmiddel

High Solid: verven bevatten meer vaste stoffen zoals pigmenten en bindmiddel. Daardoor dekken ze over het algemeen beter dan conventionele alkydharsverven.

Hoogglans: de glans van een verf wordt bepaald door de reflectie van licht op het oppervlak. Bij een hoogglansverf worden de lichtstralen door het oppervlak niet geabsorbeerd maar teruggekaatst.

Houtrotvuller: Tweecomponenten vulmiddel voor kaal/blank hout. Geschikt voor buiten en kan gemakelijk grote gaten vullen. Zeer sterk.

Houten: schildertechniek voor het imiteren van houtsoorten.

Houtworm: in hout levende insectenlarve: in combinatie met vocht de meest gevreesde oorzaak voor houtrot. Behandeling en impregneren is voorbehouden aan gespecialiseerde bedrijven.

Hydrofoberen: het behandelen van gevels en wanden om ze waterafstotend te maken- zonder het het vochttransport naar buiten te verhinderen.

Schilders en verf abc – I

GoedHuys verf | Traditionele hollandsche verf online bestellen

IJzerglimmer: is een verfproduct met kleine ijzerpigmenten

Impregneren: het aanbrengen van een dun vloeibaar product dat indringt in de ondergrond.

Impregneerbeits: eerste beitslaag (beschermlaag) om diep in het het hout door te dringen

Indigo: donkerblauwe kleurstof

Isoleermiddel: Verf die voorkomt dat vlekken doorslaan. Is in verschillende varianten te krijgen, als speciaal voorbehandelingsmiddel meestal vrij transparant of direct al in een verf verwerkt. (synthetische muurverf, wegenverf)

Schilders en verf abc – J

GoedHuys verf | Traditionele hollandsche verf online bestellen

Jachtlak: Blanke krasvaste lak die ook goed weerbestendig is.